Research
Stedenbouw
Architectuur
laatste update: 23-03-2012
JanssenArchitectuur.nl
Janssenarchitectuur
Home

Foucault

Volgens Foucault betekent heterotopie letterlijk ‘de andere (hetero) plek (topos)’. De definitie van plek vertaalt zich in dit geval in een architectonische uitdrukking, als zijnde een begrensde ruimte. De heterotopie als andere ruimte, misschien beter zelfs als geïsoleerde ruimte, bestaat alleen door de definitie van haar grenzen. De heterotopie staat buiten de samenleving en laat datgene toe waar geen ruimte en plaats voor is binnen het sociale contact van de samenleving.

In 1967 wist Michel Foucault over nieuw ontstane ruimtes te schrijven. In “Of other spaces, Heterotopias” introduceert Foucault zijn begrip ‘heterotopie’, als tegengestelde van ‘utopie’. Waar een utopie gezien kan worden als een onmogelijke bestemming, ziet Foucault een heterotopie juist wel als een fysieke bestemming, samengesteld uit virtuele componenten. In zijn lezing benoemt Foucault heterotopieën als reële bestaande gebeurtenissen of ruimtes waarin een ander regime geldt dan in de omgeving erbuiten. Aan de hand van een spiegel legt hij dit concept uit:

 

“The mirror is, after all, a utopia, since it is a placeless place. In the mirror, I see myself there where I am not, in an unreal, virtual space that opens up behind the surface; I am over there, there where I am not, a sort of shadow that gives my own visibility to myself, that enables me to see myself there where I am absent: such is the utopia of the mirror. But it is also a heterotopias in so far as the mirror does exist in reality, where it exerts a sort of counteraction on the position that I occupy. From the standpoint of the mirror I discover my absence from the place where I am since I see myself over there”.

(Michel Foucault, “Of Other Spaces, Heterotopias”, 1967, 2.http://www.foucault.info/documents/heteroTopia/foucault.heteroTopia.en.html)

 

Foucault ziet hetgeen te zien is in de spiegel dus enerzijds als utopie, als onmogelijke bestemming, maar anderzijds ziet hij de spiegel ook als heterotopie. De spiegel zelf is namelijk een fysiek object, waar een bestemming te zien is, samengesteld uit virtuele componenten, namelijk het ‘gespiegelde’. Deze bestemming is het gespiegelde van de fysieke wereld. Door middel van de spiegel is de virtuele ruimte (het gespiegelde) verbonden met de fysieke ruimte. Een heterotopie weet dus een virtuele ruimte te verenigen met een fysieke ruimte, zoals dat ook gebeurt in Foucaults andere voorbeelden van heterotopieën als de Perzische tuin, het theater en de bioscoop. In de Perzische tuin wordt namelijk de wereld gerepresenteerd, maar tegelijkertijd is de tuin onderdeel van de wereld.

Wij gaan er vanuit dat we in een continue ruimte leven, maar eigenlijk is dat niet zo. Er zijn andere ruimtes, die een afwijking zijn van die continue ruimte. De voorbeelden die Foucault geeft zijn: het college, de legerdienst, de huwelijksreis, het museum, het theater, de bioscoop, de bibliotheek, het kerkhof, de gevangenis, de sauna, het schip, de tuin, het park et cetera. Foucault heeft met het concept heterotopie zijn blik gericht op een nieuw veld, op een tegelijk zeer oude en moderne institutionele organisatie van de ruimte.
Wat hebben ze gemeen? Ze zijn ‘anders’. Foucault heeft getracht daarvan een heterotopologie op te stellen:
1. alle culturen kennen heterotopie;
2. heterotopieën kunnen van functie veranderen;
3. alle heterotopieën hebben een code (wat kan in een sauna, kan niet op straat);
4. sommige heterotopieën verbergen andere ruimtes in zich: bvb. in het theater en de cinema opent zich een andere ruimte in de normale ruimte, die de normale reële ruimte tenietdoet (het licht gaat uit: in het theater bestaat enkel de scène bestaat nog; in een cinema beleven we een collectieve droom);
5. er zijn ook heterochronieën: plaatsen die buiten de tijd staan en alle tijd in zich verzamelen (vb. de bibliotheek, het museum). Ook de tuin is altijd een miniatuur van de tuin van Eden (en het tapijt is op zijn beurt altijd een miniatuur van de tuin).

De heterotopie onderscheidt zich dus van andere plaatsen en moet daarom ook anders worden benadert: de principes die de plaats tot een heterotopie maken moeten in acht worden genomen bij het registreren en regisseren opdat zij haar bijzondere functie in het veld kan blijven vervullen of die juist bewust doorbroken wordt.

 

 Architectuur

Hoe kunnen we dit begrip nu vertalen naar de architectuur of een ruimte? Is het mogelijk om een gebouw of ruimte als een heterotopie te ontwerpen? Misschien kan er alleen een aanzet gegeven worden om een bepaalde ruimte de mogelijkheid te geven om een heterotopie te zijn, of is heterotopie een begrip dat niet tot het ontwerp hoort. Behoort tot begrip tot het gebruik van een ruimte en is dit daardoor een tijdelijk toebehoren tot een gebouw, behoort het begrip daardoor bij een gebouw alleen zolang het gebouw op een bepaalde wijze in gebruik is?

Zoals we eerder hebben gezien zijn er door Foucault al voorbeelden gegeven waar een gebouw of ruimte door zijn gebruik een heterotopie is: het theater, de bibliotheek en het kerkhof. Deze ruimten zijn alleen een heterotopie wanneer deze ook daadwerkelijk gebruikt worden waarvoor ze bestemd zijn. Een theater is geen heterotopie wanneer er geen voorstelling is, zonder boeken is een bibliotheek een gewone ruimte en zonder doden is een kerkhof een park omheind door een hek of muur. Deze gebouwen zelf zijn dus niet automatisch heterotopiën, pas wanneer ze gebruikt worden op de manier waarop ze bedoeld zijn worden het heterotopiën. Wanneer een theater wordt herbestemd tot bibliotheek, is het gebouw dan opnieuw een heterotopie? Ja. Zoals in punt 4 door Foucault wordt aangegeven zijn er andere ruimtes in verborgen en dat blijft op deze manier gelden voor de ruimtes in het gebouw. De ruimtes in het gebouw blijven dus heterotpiën maar dan op een andere wijze als voorheen. Wanneer het theater echter wordt herbestemd tot woongebouw verdwijnt ook de heterotopische waarde van het gebouw. Eigenlijk moet er gezegd worden dat het de heterotopische waarde van de ruimte in het gebouw is. Het is namelijk niet het gebouw welke de heterotpische waarde heeft maar de ruimte, doordat de ruimte andere ruimtes in zich heeft kan er hier gesproken worden van een heterotopie, het gebouw zelf is niet de heterotopie.

Het is dus mogelijk om een ruimte te ontwerpen waardoor er, door de manier van gebruik, een heterotopie gecreeërd wordt. In dit essay wordt niet gedoeld op een ruimte in een andere ruimte te verbergen zoals in punt 4 van Foucault wordt omschreven, maar er wordt getracht een heterotopie te ontwerpen door de verandering in gebruik en beleving van een ruimte. De beleving van een ruimte veranderd doordat de activiteit in een ruimte op een onverwachte of op het eerste zicht verborgen manier veranderd.  Vaak wordt men hierdoor toeschouwer van een gebeuren. Men is het ene moment bezig met hetgeen normalitair in een ruimte of gebied gebeurt en het andere moment is men toeschouwer van een activiteit die door andere mensen of een individu in diezelfde ruimte of datzelfde gebied plaats vindt. Hierdoor ontstaat er een vreemd gebeuren waardoor men omschakeld van bezig zijn met een in die ruimte normale activiteit naar toeschouwer van een andere vreemde activiteit. Ook kan het gebeuren dat men wordt meegenomen in de vreemde activiteit waardoor men geen toeschouwer meer is maar deelneemt aan de heterotopische ervaring.

Wat gebeurt er wanneer je deze vreemde activiteiten al in het ontwerp bepaald?

Er wordt gekozen voor een aantal activeiten die plaats gaan vinden in een bepaalde ruimte en deze worden op verschillende manieren in de ruimte geplaatst, aldan zichtbaar of niet zichtbaar. De ruimte wordt dan als een hoofdactiviteit vorm gegeven maar tussen deze hoofdactiviteit door kunnen er ook weer andere (neven)activiteiten plaats vinden. Op het eerste gezicht zijn deze nevenactiviteiten niet zichtbaar, deze kunnen wel tevoorschijn komen omdat ze door iemand of een groep mensen in gebruik worden genomen. De individuen die niet op de hoogte zijn van de mogelijkheid van het plaatsvinden van deze activiteit kunnen op deze manier een heterotopisch ervaring waarnemen in de ruimte, doordat ze verrast worden door de nevenactiviteit welke onverwacht in dezelfde ruimte plaats vindt als de hoofdactiviteit.

Wanneer men wel op de hoogte is van de mogelijkheid van deze activiteiten, geldt voor deze groep mensen dan ook de heterotopie? Ja, ook voor deze mensen is het een heterotopie, behalve wanneer men de activiteit negeerd en doorgaat met hetgeen ze bezig waren. Maar zelfs dan is het vaak onmogelijk om niet bewust te zijn van de nieuwe activiteit die in de ruimte plaats vindt. Hierdoor wordt ook de voorbeirde bezoeker van de ruimte automatisch, dan wel gewild of ongewild, belever van de heterotopie.

Deze ontwerptheorie van heterotopie wil ik  toelichten aan de hand van een voorbeeld. Hiervoor wil ik graag de sportbar gebruiken die ik in mijn afstudeeropgave ontworpen heb als onderdeel van SCoG:

SportComplex Groenmarkt.

 

SCoG

In mijn afstudeeropgave SCoG waarin ik een oud onderstation heb herbestemd tot een SportComplex op de Groenmarkt in Amsterdam heb ik deze sportbar gesitueerd. Deze is zo ontworpen dat het kan functioneren als een heterotopie, dit hoeft echter, afhankelijk van het gebruik ervan, niet altijd het geval te zijn. Hieronder een impressie van deze sportbar:

 

Als uitgangspunt heb ik de ruimtelijkheid van de ruimte opzich genomen, alle binnenwanden zijn uit de ruimte verwijderd zodat er een grote ruimte ontstaat. In deze ruimte is op het eerste gezicht niets ontworpen, enkel de daglichttoetreding van de ruimte is aangepast en de entree is veranderd. De rest van het gebouw is in originele staat gelaten. De oude functie van het gebouw was de huisvesting van transformatoren  waar 50kv stroom werd omgezet naar 10Kv. Deze ruimte huisveste de regelaars welke de 10KV transformatoren controleerde. Vanuit hier werd de stroom dan verder getransporteerd naar andere kleinere transformatorhuisjes in het centrum van Amsterdam.

De traditionele sportbar is een standaard bar waarop grote schermen sporten worden vertoond. Zo kan men, met een hapje en drankje, samen met andere mensen van sport genieten. Niets bijzonders, geen onverwachte dingen, iedereen weet wat daar gebeurt. Afhankelijk van de te bekijken wedstrijden zijn er meer of minder mensen in de bar en is de sfeer rustig of heel uitgelaten.

De sportbar in dit complex is een combinatie van bar en sportplek. In plaats van te kijken naar tv-schermen wordt er in deze bar echt gesport waardoor de bezoeker een omschakeling kan maken van bezoeker en gebruiker van de bar naar toeschouwer van bijvoorbeeld een breakdance of judo training.

Deze wisseling van bezoeker naar toeschouwer maakt van deze ruimte een heterotopie. Doordat men het ene moment ervaart dat men in een bar is, kan men het andere moment ervaren dat ze zicht midden tussen de sport bevinden. Hetgeen hieraan ontworpen, is de vloer die aangeeft waar welke sport plaats kan vinden en de bar die aangeeft dat het een bar betreft. De activiteiten gebeuren door de bezoekers zelf. Wanneer er geen sport bedreven wordt in de bar zal het een gewone bar zijn, net als elke andere. Pas wanneer er een sport bedreven gaat worden en de bezoeker een toeschouwer wordt, is er sprake van heterotopie.

Is het dan wel een heterotopie wanneer de vloer al aangeeft dat er een bepaald sport beoefend kan worden, of is dit juist hetgeen wat het geen heterotopie maakt doordat men al kan verwachten dat dit gaat gebeuren? Moet een ruimte daarom verrassingen hebben waardoor men niet verwacht dat bepaalde activiteiten plaats gaan vinden? Moet het een verassing zijn of is juist de verandering van sfeer naar bar/sportruimte hetgeen waardoor een ruimte een heterotopie te noemen?

Wanneer men al ziet dat er een sportvloer ligt welke duidelijk aangeeft welke sport waar beoefend kan worden is het verrassings element niet meer aanwezig, ook is er dan geen verrandering van sfeer meer mogelijk omdat de sfeer al gezet is door de ruimte op te delen in verschillende delen. Bij een judo vloer of dans vloer is het vrij snel duidelijk welke sport er uitgeoefend wordt. Wanneer deze vloer niet permanent aanwezig is maar tevoorschijn kan komen is er wel een verrassings effect of sfeerverandering. Er moet dus een manier zijn om deze onderdelen, welke nodig zijn om een bepaalde sport uit te oefenen, te voorschijn te halen en ook weer makkelijk op te bergen zijn. In dit geval zijn de verschillende vloeren (judomat, dansvloer) op een dus danige manier aanwezig dat ze ook uit het zicht van de barbezoeker kunnen worden geplaatst.

Hier is ervoor gekozen om een dubbele vloer te maken. Doordat er onder deze ruimte een grote lege ruimte is, waar vroeger de kabels van de transformatoren doorheen liepen, kan er een dieperliggende vloer worden gemaakt waaroverheen de barvloer komt. Deze barvloer kan weg worden geschoven onder de vloer waardoor de sportvloer tevoorschijn komt. Doordat de sportvloer dieper ligt dan de bestaande barvloer is er een duidelijk onderscheid tussen sportgebied en bargebied. Wanneer de vloer niet zichtbaar is, is de gehele ruimte 1 grote bar.

Conclusie

Een heterotopie heeft altijd betrekking op het handelen van de mens. De plek wordt ‘anders’ met het gebruik van de plek door een individu of groep mensen.  De plek zelf veranderd niet maar het gebruik ervan vormt de heterotopie. Deze verschillende manieren van gebruik staan wel of niet met elkaar in verbinding, ze zorgen er in iedergeval voor dat de gebruiker van de ruimte in een andere sfeer terecht komt. Soms zal men hierdoor verrast worden of zal men zich verbazen maar eigenlijk is dit niet eens nodig. Men kan het proberen te negeren of er juist in mee gaan, de gebruiker zal zich in ieder geval altijd bewust van zijn dat er iets anders gebeurt in de ruimte waar deze zich in bevindt.

 

Filosofie

Heterotopie & Architectuur

Heterotopie